Twee soorten strafuitsluitingsgronden:
1. Rechtvaardigingsgronden: deze ontnemen de wederrechtelijkheid aan een gedraging. De in beginsel strafbare gedraging wordt gerechtvaardigd door een bijzondere omstandigheid.
2. Schulduitsluitingsgronden: deze ontnemen de verwijtbaarheid van de dader. De gedraging is wederrechtelijk en dus niet gerechtvaardigd, maar de verdachte valt geen verwijt te maken door een bijzondere omstandigheid.
Onderscheid inwendige en uitwendige omstandigheden. Inwendig is in de persoon van de dader en uitwendig juist daarbuiten.
Rechtvaardigingsgronden:
Overmacht in de zin van noodtoestand art. 40 Sr:
Overmacht is een rechtvaardigingsgrond omdat deze zich baseert op de keuze voor een handeling welke uit kracht van een veroorlovende norm toegestaan, en daarmee niet wederrechtelijk is. Hoofdregel: de pleger van het feit die voor de noodzaak zou kiezen, heeft uit een onderlig strijdige plichten en belangen de zwaarstwegende voor laten gaan. De voorwaarden voor overmacht in de zin van noodtoestand zijn:
1. Concrete en min of meer acute nood die bestaan in conflict van onderling onverzoenbare plichten of belangen. De ene plicht kan niet worden nageleefd zonder dat de andere plicht wordt verzaakt.
2. Zwaarstwegende plicht moet gekozen worden
3. Objectieve keuze tussen belangen of plichten: de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit worden nageleefd. Garantenstellung.
Noodweer art. 41 lid 1 Sr. Eisen volgen uit HR Noodweer/Noodweerexces:
1. Aanranding:
i) Zelfverdediging van eigen lijf, eerbaarheid of goed. Krachtens art. 41 Sr mag men onrecht tegen een ander op dezelfde condities afweren.
ii) Goederen; verdediging van goederen is toegestaan bij daadwerkelijke aantasting van stoffelijk goed en bij schending van eigendomsrecht of beschikking van dat goed.
2. De aanranding moet wederrechtelijk zijn en niet voortvloeien uit een eigen recht of uit de rechtmatige oefening van overheidsbevoegdheid.
3. De aanranding moet ogenblikkelijk zijn; feitelijk begonnen zijn, of sprake zijn van een onmiddelijk dreigend gevaar.
4. Noodzakelijke verdediging, subsidiariteit. Dit houdt in dat het lichtste middel gekozen dient te worden om het doel te bereiken.
5. Geboden verdediging, proportionaliteit. Dit houdt in dat de verdediging zelf in verhouding staat met de aanranding.
(Geldt ook Garantenstellung)
Uitvoeren van wettelijk voorschrift art. 42 Sr.
Dit is een algemene rechtvaardigingsgrond en maakt een feit dat ter uitvoering van een wettelijk voorschrift straffeloos is. Het is niet nodig als het bestanddeel wederrechtelijkheid in de d.o. is opgenomen.
Bevoegd gegeven ambtelijk bevel art. 42 lid 1 Sr.
Wie een ambtelijk bevel gehoorzaamt, verricht een rechtmatige handeling, omdat een ambtelijk bevel is terug te voeren tot de uitoefening van staatsgezag art. 43 lid 1 Sr. Deze RG ligt in het verlengde van het wettelijk voorschrift, aangezien geen gezag bevoegdelijk een bevel kan geven zonder een wettelijke grondslag, waarbij het bevel een concretisering is van een wettelijk voorschrift.
Ontbreken materieelrechtelijke wederrechtelijkheid
Hiervan is sprake indien een bepaalde regel wordt overtreden en dus strikt genomen in strijd met het objectieve recht wordt gehandeld en aldus sprake is van wederrechtelijkheid, maar met de gedraging wordt het juiste doel van de regeling bereikt.
Schulduitsluitingsgronden:
Ontoerekenbaarheid art. 39 Sr:
Uitgangspunt is dat strafbaarheid gebaseerd moet worden op de toerekenbaarheid van ieder mens in de mate waarin deze voor zijn daden verantwoordelijk kan worden gehouden. Bij verminderde toerekenbaarheid wordt gesproken als in een geval een dader niet helemaal toerekenbaar of helemaal ontoerekenbaar wordt geacht.
Lees in samenhang met 37a Sr. Toerekeningsbeslissing:
1. De verdachte moet ten tijde van het TLL feit hebben geleden aan een psychische stoornis of gebrekkige ontwikkeling der geestvermogens.
2. Onderzocht moet worden of de psychische stoornis van invloed is geweest op het TLL feit. Vaststellen in hoeverre een bepaalde geestelijke afwijking als de oorzaak van het gebeurde moet worden beschouwd en of en in hoeverre een schuldverwijt ruimte is.
3. Moet het feit aan de verdachte niet of verminderd worden toegerekend? Heeft de verdachte de stoornis op zichzelf afgeroepen?
Psychische overmacht art. 40 Sr:
Een kracht of dwang waartegen weerstand bieden redelijkerwijze niet is te eisen. Een psychische druk kan niet van worden gezegd dat de verdachte daaraan weerstand kon en hoefde te bieden. Uitgangspunt: de dader heeft gehandeld onder invloed van externe drang waaraan hij geen weerstand kon bieden en waaraan hij redelijkerwijze geen weerstand tegen hoefde te bieden.
1. Dwingende omstandigheden
2. Externe, van buiten komende psychische drang, waaraan weerstand bieden mogelijk of geboden is.
3. Acute psychische dwang, de dwingende omstandigheden moeten zich hebben voorgedaan op het tijdstip waarop de verdachte het strafbare feit heeft gepleegd.
4. Subsidiariteit en proportionaliteit spelen een rol, ook eventuele garantenstellung.
Noodweerexces art. 41 lid 2 Sr
Indien iemand zich tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed verdedigt maar daarbij de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit worden overschreden, zal een beroep op noodweer niet slagen. Soms wel noodweerexces. Vereisten geldig beroep HR Noodweer/Noodweerexces:
1. Noodweersituatie: ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van lijf, eerbaarheid of goed
2. De betrokkene heeft de grenzen van noodzakelijke verdediging (proportionaliteit en subsidiariteit) in hevige gemoedsbeweging overschreden
3. Dubbele causaliteit:
i) de hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de aanranding
ii) de overschrijding van de grenzen moet zijn veroorzaakt door de hevige gemoedsbeweging. Er moet een excessieve reactie te verklaren zijn. Hierbij is het uitgangspunt de reactie van de gemiddelde, normale mens.
Vormen noodweerexces:
1. Intensief noodweerexces: de aangevallene loopt direct te hard van stapel als gevolg van een hevige gemoedsbeweging en brengt te zwaar afweergeschut in.
2. Extensief noodweerexces: de aangevallene schiet door in de zelfverdediging. De noodweersituatie is ten einde en de aangevallene gaat door.
3. Tardief noodweerexces: de verdediging wordt pas ingezet op moment dat de noodweersituatie niet meer bestaat.
Disproportionele gedragingen die werkelijk alle perken te buiten gaan, worden niet verontschuldigd (HR Ballenknijper)
Onbevoegd gegeven ambtelijk bevel art. 43 lid 2 Sr.
Er is bepaald dat onder omstandigheden van een onbevoegd gegeven ambtelijk bevel tot straffeloosheid kan leiden als deze door de ondergeschikte te goeder trouw als bevoegd gegeven werd beschouwd en indien de nakoming daarvan binnen de kring van zijn ondergeschiktheid was gelegen.
Afwezigheid van alle schuld
Denkbaar als het om geobjectiveerde bestanddelen gaat, dat wil zeggen delictsbestanddelen die onttrokken zijn aan het wettelijke schuldverband. De betekenis van de term schuld in AVAS moet worden onderscheiden van de betekenis van schuld als bestanddeel. De verdachte moet dit aannemelijk maken. De culpa bestaat uit grove, onachtzaamheid en voor de toepasselijkheid van AVAS is lichte schuld van toepassing.
Feitelijke dwaling: (Error Facti) ingeval van misleiding door derden of misleidende informatie van derden, op wiens gezag de betrokkene redelijkerwijze mocht afgaan. Hieronder valt ook putatief noodweer, wanneer iemand denkt dat hij in een noodweersituatie bevind en dat niet is.
Rechtsdwaling (error iuris): de betrokkene in redelijkheid en op deugdelijkheid van de AVAS had mogen vertrouwen. Er moet zijn gehandeld op advies van een deskundig te achten autoriteit, welke moet zijn verstrekt door een persoon of instantie.
Culpa in causa:
Indien de verdachte zichzelf verwijtbaar in een bepaalde gevaarlijke situatie heeft gebracht, zal een beroep op een strafuitsluitingsgrond niet slagen, omdat sprake is van culpa in causa (schuld in oorzaak). Het kan ook zijn dat de verdachte zichzelf in een bepaalde gevaarlijke situatie heeft gebracht, dat is dolus in causa (opzet in oorzaak):
1. Ontoerekenbaarheid: in praktijk wordt intoxicatie van welke aard dan ook gezien als een vorm van culpa in causa met betrekking tot het daaruit voortvloeiende geestestoestand gepleegde strafbare feit.
2. Overmacht: het kan zijn dat de persoon zichzelf willens en wetens in de situatie heeft gebracht waarin overmacht voorzienbaar ontstond.
3. Noodweerexces: iemand kan zich provocerend opstellen dat geweld van anderen als het ware wordt uitgelokt (HR Niet-betaalde taxirit).
Argumenten de Hullu voor stelselmatige en strak onderscheidende aanpak van de strafuitsluitingsgronden:
1. Door systematisering zijn de vereisten voor het aanvaarden van exceptie sterk, wellicht te sterk, verzwaard. Door exceptie moet wederrechtelijkheid of schuld vervallen.
2. Door strikte systematisering kan het eigen, bijzondere karakter van een strafuitsluitingsgrond onder druk komen te staan.
3. Bijzondere excepties laten zich niet gemakkelijk in het schema van strafuitsluitingsgronden dwingen.