gliacellen
Gliacellen = ondersteunende cellen in het zenuwstelsel die naast neuronen (zenuwcellen) een essentiële rol spelen in het behoud van de hersenfunctie.
gliacellen
Gliacellen = ondersteunende cellen in het zenuwstelsel die naast neuronen (zenuwcellen) een essentiële rol spelen in het behoud van de hersenfunctie.
Cerebrale asymmetrie
Cerebrale asymmetrie = twee hemisferen van het brein gespecialiseerd zijn in verschillende taken en hoe deze asymmetrie invloed heeft op cognitieve processen, gedragingen en vaardigheden
epifenomenalisme
Epifenomenalisme = de opvatting dat qualia niet tot de causale eigenschappen van mensen behoren (qualia doet niets) * Bijv. pijnlijke quale die gepaard gaat met het stoten van je teen is niet de reden dat je huilt of vloekt
Explanatory gap argument: er is een verschil in het toepassen van verklarende kloofargumenten op eigendomsdualisme in plaats van substantiedualisme
2 premissen
-> Fysicalisme is onjuist, niet alle eigenschappen zijn fysiek
Kennisargument
Kennisargument = Mary (neurowetenschapper) kan kennis hebben van alle fysieke eigenschappen, ook al heeft ze nooit een visuele ervaring in kleur ondergaan (Frank Jackson)
enkele premissen voor dit argument
premissen voor dit argument
-> Qualia zijn geen fysieke eigenschappen
eigendomsdualisme: qualia en het brein
Eigendomsdualisme bestaat uit subjectieve mentale eigenschappen en physicalisme (de visie dat alle eigenschappen fysieke eigenschappen zijn, ook mentale eigenschappen)
behaviorisme, dat mentale processen zoals bewustzijn wantrouwde
Behaviorisme = gedrag voornamelijk wordt bepaald door omgevingsfactoren, zonder rekening te houden met interne mentale processen
Parallelisme
Parallelisme = God wordt verondersteld niet op elk moment in te grijpen, maar in plaats daarvan twee parallelle stromen van gebeurtenissen op te zetten vanaf het begin van het universum
Occasionalisme
Occasionalisme = geest en lichaam niet direct met elkaar interageren, maar dat God voortdurend ingrijpt om de gebeurtenissen in de geest en het lichaam met elkaar te verbinden
visie van substantie dualisten
Perceptuele staat wordt niet veroorzaakt door de gebeurtenis in de wereld, maar is een perceptie ervan (teen stoten en pijn ervaren -> komt niet door de pijn maar door je eigen ervaring daarvan)
bezwaren tegen het dualisme van Descartes
Hoe kan het dat iets dat niet-ruimtelijk is, effecten kan hebben op en beinvloed kan worden door iets dat ruimtelijk is? (prinses Elisabeth van Bohemen)
Het probleem is dus: terwijl Descartes beweert dat geest en lichaam kunnen interageren, legt het tegenargument van Elisabeth een cruciaal probleem bloot: de moeilijkheid van het begrijpen hoe twee zo verschillende substanties effectief met elkaar kunnen omgaan. Dit toont aan dat Descartes' dualisme niet zonder verdere uitleg kan staan, en benadrukt een belangrijke zwakte in zijn filosofie
het cartesiaanse dualisme van Descartes
kritiek op modale argumenten
We kunnen niet stellen dat alles wat we denken ook daadwerkelijk mogelijk is
Modaal argument
Modaal argument = als leven op een andere planeet mogelijk is, moeten er ook noodzakelijke voorwaarden zijn die dit leven kunnen ondersteunen. Dit laat ons zien hoe mogelijk en noodzakelijk met elkaar verbonden zijn
kritiek op explanatory gap arguments
De kloof is misschien niet zo diep als het lijkt en dat we het misschien in de toekomst kunnen begrijpen
Explanatory gap arguments
Explanatory gap arguments = er is een kloof tussen het begrijpen van fysieke processen in de hersenen en het begrijpen van hoe deze processen leiden tot subjectieve ervaringen
kritiek op Leibniz’s law argumenten
Dit is kritiek omdat; alleen omdat je zeker weet dat je geest bestaat en niet zeker weet of fysieke dingen bestaan, betekent dat niet dat de geest en het lichaam verschillend moeten zijn
vijf verschillen tussen de geest en het fysieke lichaam
De wet van Leibniz
Wet van Leibniz = als x en y hetzelfde zijn, moeten x en y al hun eigenschappen gemeen hebben * Als er een of meer eigenschappen zijn die je geest heeft en je lichaam mist (of andersom), betekent dat dus dat je geest en je lichaam verschillend zijn * Relevant voor substantiedualisme
cartesiaanse substantiedualisme
Cartesiaanse substantiedualisme = de werkelijkheid bestaat uit twee fundamenteel verschillende soorten substanties (de geest en het lichaam) * Afzonderlijke entiteiten die onafhankelijk van elkaar bestaan, maar op een mysterieuze manier met elkaar in interactie staan * Descartes
Probleem van persoonlijke identiteit
Probleem van persoonlijke identiteit = wat ons als dezelfde persoon door de tijd heen maakt, ondanks alle fysieke en psychologische veranderingen die we ondergaan
Het probleem van de vrije wil
Probleem van vrije wil = kunnen mensen echt keuzes maken of worden al onze beslissingen bepaald door eerdere oorzaken?
Probleem van intentionaliteit
Probleem van intentionaliteit = wanneer je denkt aan de Eiffeltoren, gaat je gedachte over een object dat buiten je eigen geest bestaat. Het filosofische probleem is hoe je mentale toestand (de gedachte aan de Eiffeltoren) deze specifieke gerichtheid of "aboutness" kan hebben naar iets in de echte wereld.
Probleem van bewustzijn
Probleem van bewustzijn = kan uitgelegd worden met het voorbeeld van de kleur rood. Stel, wetenschappers begrijpen alles over hoe lichtgolven werken, hoe onze ogen licht registreren en hoe de hersenen dat verwerken. Maar het probleem is dat dit niet verklaart hoe het voelt om de kleur rood te zien. Dit subjectieve gevoel, oftewel de persoonlijke ervaring van rood, noemen we het "bewustzijnsprobleem" — hoe kunnen fysieke processen zoals hersenactiviteit leiden tot die innerlijke ervaring?
Probleem van kunstmatige intelligentie
Probleem van kunstmatige intelligentie = vragen of AI echt bewustzijn kan hebben, of machines ooit kunnen denken zoals mensen
Probleem van andere geesten
Probleem van andere geesten = de vraag hoe we kunnen weten dat andere mensen bewustzijn en gedachten hebben, aangezien we alleen direct toegang hebben tot onze eigen geest en niet die van anderen. Het probleem stelt dat we enkel het gedrag van anderen kunnen observeren, maar niet direct kunnen ervaren wat zij denken of voelen
Perceptieprobleem
Perceptieprobleem = onze waarnemingen kunnen soms misleidend zijn (zoals bij illusies of hallucinaties), waardoor het onzeker is of we de wereld daadwerkelijk waarnemen zoals deze is
David Hume
David Hume = dacht dat het zelf geen vaste, blijvende entiteit is, maar een verzameling van voortdurend veranderende ervaringen en indrukken.
Empirisme
Empirisme = idee dat we dingen leren door wat we zien, horen, voelen, en meemaken, in plaats van door dingen die we al zouden weten bij onze geboorte
Propositionele attitudes
Propositionele attitude = de houding die iemand heeft ten opzichte van een bepaalde bewering of idee, zoals geloven, hopen of vrezen dat iets waar is
activiteit van de hersenen in beeld brengen
Cholinerge systeem
Cholinerge systeem = netwerk van zenuwcellen in de hersenen en het zenuwstelsel dat gebruikmaakt van acetylcholine als neurotransmitter. Dit systeem speelt een belangrijke rol in functies zoals geheugen, leren, aandacht en spierbeweging.
metabotrope en ionotrope receptoren
Metabotrope receptoren = activeren een serie biochemische reacties in de cel, wat zorgt voor langzamere en langdurigere veranderingen in de celactiviteit
Ionotrope receptoren = openen direct ionkanalen in de celwand, wat leidt tot een snelle verandering in de elektrische activiteit van de cel.
Oligondendrocyten
Oligondendrocyten = ondersteunende cellen in het centrale zenuwstelsel die de myelineschede rondom axonen vormen, wat de snelheid van zenuwimpulsgeleiding verhoogt
Brodmann
Brodmann = verdeelde de hersenschors in verschillende gebieden op basis van de celstructuur en noemde deze gebieden Brodmann-gebieden
Cytoarchitectonische kaarten
Cytoarchitectonische kaarten = delen hersengebieden in op basis van celstructuur
Epigenese
Epigenese = proces waarbij omgevingsinvloeden veranderingen veroorzaken in de werking van genen zonder dat de genetische code zelf verandert
centrale sulcus
Centrale sulcus = scheidt frontale en parietale kwab
limbisch systeem
Limbisch systeem = rol in zelfregulerend gedrag (amygdala + hippocampus + cingulate cortex) * Amygdala = emotie * Hippocampus = persoonlijk geheugen en ruimtelijke navigatie, corticosteron (stresshormoon) * Cingulate cortex = seksueel gedrag, sociale interacties, maken van beslissingen
basale ganglia
Basale ganglia = verzameling van kernen die een circuit vormen met de cortex (putamen, globus pallidus, caudate nucleus) * Caudate nucleus = ontvangt projecties van de gehele cortex -> stuurt projectie door naar de putamen en globus pallidus -> stuurt vervolgens naar de thalamus
Basale ganglia heeft drie hoofdfuncties; * Verbinden sensorische gebieden met motorische gebieden * Reguleren beweging * Betrokken bij associatief leren
Schade aan basale ganglia -> problemen met controleren van bewegingen * Ziekte van Huntington = onwillekeurige lichaamsbewegingen * Gilles de la Tourette = onvrijwillige tics * Ziekte van Parkinson = problemen met bewegingen en stijfheid van spieren
telencephalon
Telencephalon = neocortex + basale ganglia + limbisch systeem * Basale ganglia en limbisch systeem zijn subcorticaal (onder de hersenschors) en zijn verbonden * Basale ganglia = motorisch gedrag en associatief leren * Limbisch systeem = ruimtelijk en emotioneel gedrag
diencephalon
Diencephalon = hypothalamus + epithalamus + thalamus * Hypothalamus = beinvloed bijna allle aspecten van gemotiveerd gedrag * Epithalamus = afscheiden van melatonine, reguleren aspecten van honger en dorst * Thalamus = projecteren informatie naar en specifiek gebied in de hersenschors (sensorische informatie gaat hierheen)
middenhersenen
Middenhersenen = tectum + tegmentum
Tectum = achterste zinguiglijke component * Ontvangt zintuiglijke informatie van de ogen en oren * Superieure colliculi = ontvangen projecties van het oog * Inferieure colliculi = ontvangen projecties van het oor
Tegmentum = motorisch comonent * Rode kern = controleert de bewegingen van de ledematen * Substantia nigra = maakt een verbinding mogelijk met de voorhersenen * Periacqueductale grijze stof = cellichamen die het cerebrale aquaduct omringen. controleren van typisch gedrag, reguleren pijnreacties
onderste hersenstamkernen
Onderste hersenstamkernen = uiteinde ruggenmerg * Reguleren vitale functies (ademhaling, hart- en vaatstelsel) * Beschadiging onderste hersenstamkernen -> stoppen ademhaling en hartfunctie
reticulaire formatie
Reticulaire formatie = in de kern van de achterhersenen * Controleren van het slapen en waken (bewustzijn) * Beschadiging reticulaire formatie -> permanente bewusteloosheid
kleine hersenen (cerebellum)
Cerebellum = belangrijkste onderdeel van de achterhersenen * Motorische coordinatie * Motorisch leren * Ondersteunen van de coordinatie van andere mentale processen * Beschadiging cerebellum -> evenwichtsproblemen, houdingsstoornissen, problemen met aangeleerde motoriek
Hughlings-Jackson
Hughlings-Jackson = hierarchische organisatie (het zenuwstelsel heeft drie niveaus -> ruggenmerg, hersenstam en voorhersenen -> beschadiging van het hoogste niveau zorgt voor veel eenvoudiger gedrag) * Bindingsprobleem = hoe kunnen we de interactie van zoveel verschillende inputbronnen ervaren als één coherente ervaring * Behandeling epilepsie -> corpus callosum doorsnijden
hemorragische beroerte
Hemorragische beroerte = gebarsten bloedvat in de hersenen
ischemie
Ischemie = vernauwing van het bloedvat door een stolsol
Wernicke
Wernicke = hersengebieden kunnen samen werken * Auditieve gebieden in temporale kwab * Wernicke's afasie = mensen kunnen vloeiend spreken, maar wat ze zeggen is onsamenhangend en bijna zinloos (begrijpprobleem)
Gall en Spurzheim
Gall en Spurzheim = benadrukken dat elke hersenstructuur en elk hersenitem een specifieke functie heeft (lokalisatie van functies) * Frenologie = bepaalde eigenschappen kunnen worden toegeschreven aan bulten op iemands hoofd (dit is onjuist haha)
Galvani
Galvani = ontdekking neuronen door kikker -> lichaam is georganiseerd volgens een topografische organisatie
Broca
Broca = ontdekte dat hersencellen op zijn minst gedeeltelijk lateraal verdeeld zijn (bepaalde functies gebeuren in één kant van de hersenen) * Spraak is gelokaliseerd in de linker frontale kwab * Broca's afasie = mensen begrijpen wat ze horen, maar kunnen niet goed reageren (spraakprobleem)
Aristoteles
Aristoteles = psyche is onafhankelijk van het lichaam, maar via het hart verbonden
Descartes
Descartes = mens wordt naast verstand ook beinvloed door fysiek brein (dualisme) * Pijnappelklier was het epicentrum van het corticale functioneren * Kritiek hierop -> geest-lichaam probleem
Flourens en Goltz
Flourens en Goltz = gebieden van de cortex verwijderen -> er kan nog steeds worden gefunctioneerd
Hippocrates
Hippocrates = er is niks anders dan de hersenen
Mendel
Mendel = ontdekken van variabiliteit en de erfelijkheid van genen -> genetica * Epigenetica = de omgeving beinvloedt genexpressie * Neuroplasticiteit = de hersenen kunnen in de loop van de tijd veranderen en nieuwe neurale paden bouwen