134 Matching Annotations
  1. Last 7 days
    1. subsidiariteitsbeginse

      betekent dat de overheid pas moet ingrijpen als een probleem niet goed door burgers, bedrijven of lagere overheden zelf kan worden opgelost

    1. internaliseren!

      betekent dat iemand de kosten of gevolgen van zijn gedrag zelf gaat dragen

      bij REM gaat het vaak om externe kosten die eerst op anderen worden afgewenteld, maar door regels, belasting of aansprakelijkheid bij de veroorzaker terechtkomen.

    1. eigendomsloosheid

      betekent dat een goed van niemand duidelijk is, er is dus geen eigenaar die mag bepalen wie het gebruikt, onderhoud of wie de schade voorkomt

    2. gemeenschappelijk eigendom met gereguleerd gebruik

      betekent dat het goed van meerdere mensen samen is maar dat er duidelijke regels zijn voor hoe iedereen het mag gebruiken - samen eigenaar maar niet zomaar onbeperkt gebruiken

    3. Zuiver collectieve goederen

      goederen die - niet rivaliserend zijn: gebruik door de een gaat niet ten koste van gebruik door de ander - niet uitsluitbaar (niet exclusief): je kunt mensen moeilijk of niet uitsluiten van gebruik

    4. particuliere interventie

      betekent dat burgers, bedrijven of private partijen zelf ingrijpen om een probleem op te lossen zonder dat de overheid direct regels maakt of handhaaft

    5. rivaliserend karakter

      gebruik door de een gaat ten koste van het gebruik door de ander bijv: Als jij een broodje eet, kan iemand anders datzelfde broodje niet meer eten. Dat broodje is dus rivaliserend.

    1. vervreemdingssaldo

      het bedrag dat overblijft bij verkoop van je eigen woning

      je berekent het zo: verkoopprijs woning − verkoopkosten − eigenwoningschuld = vervreemdingssaldo

    2. Bijleenregeling

      houdt in dat je de overwaarde van je oude woning moet gebruiken voor de aankoop van je nieuwe woning als je volledige hypotheekrenteaftrek wilt behouden - de overwaarde die vrijkomt heet de eigenwoningreserve

      bijv Je verkoopt je woning voor €350.000. Je hypotheekschuld is nog €300.000. Dan heb je: €350.000 − €300.000 = €50.000 overwaarde Je koopt vervolgens een nieuwe woning van €400.000. Volgens de bijleenregeling moet je die €50.000 overwaarde gebruiken voor de aankoop van de nieuwe woning. Je mag dan nog maar €350.000 lenen als eigenwoningschuld.

    3. Lineaire hypotheek

      hypotheek waarbij je elke maand hetzelfde bedrag aflost Daarnaast betaal je rente over de schuld die nog openstaat. Omdat je schuld steeds lager wordt, betaal je ook steeds minder rente. Dus: In het begin: hoge maandlasten Later: steeds lagere maandlasten

    4. • Aflossingseis;

      betekent dat je je hypotheeklening voor je eigen woning volgens bepaalde regels moet terugbetalen om recht te houden op hypotheekrenteaftrek

    5. Eigenwoningschuld

      de lening die je hebt voor he eigen woning en waarvan de rente onder voorwaarden aftrekbaar is in box 1 bijv: Je koopt een huis voor €300.000 en sluit daarvoor een hypotheek af van €280.000. Die €280.000 is je eigenwoningschuld, zolang de lening is gebruikt voor je eigen woning

    6. hypotheekrenteaftrek

      aftrekpost, waardoor de rente die je betaalt voor een hypotheek op je eigen woning onder voorwaarden mag worden afgetrokken van je inkomen in box 1 - hierdoor wordt je belastbaar inkomen lager en betaal je minder belasting

    7. belastbaar inkomen

      is het inkomen waarover je uiteindelijk belasting moet betalen - je begint met je totale inkomen, daarna worden bepaalde aftrekposten eraf gehaald. wat overblijft is het belastbaar inkomen

    1. heffingskortin

      kortingen op de belasting die je moet betalen

      Eerst wordt berekend hoeveel inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen je verschuldigd bent. Daarna worden de heffingskortingen daarvan afgetrokken. Je betaalt dus minder belasting.

    2. beschikkingsmacht

      betekent dat iemand de feitelijke macht heeft over een goed, geldbedrag of vermogensbestanddeel te beschikken en daar zelf beslissingen over kan nemen - je kunt daadwerkelijk over beschikken, gebruiken, verkopen, weggeven of opnemen

    3. inhoudingsplichtige

      is degene die wettelijk verplicht is om belasting in te houden op een betaling en deze af te dragen aan de belastingdienst - bij LB is de werkgever meestal de inhoudingsplichtige

    4. eindheffingsbestanddelen

      loonbestanddelen waarover niet de werknemer maar werkgever de belasting betaalt

      Normaal gesproken wordt loon belast bij de werknemer. Bij eindheffingsbestanddelen wordt de belasting echter als een eindheffing voor rekening van de werkgever gebracht.

      bijv Een werkgever geeft aan alle werknemers een kerstpakket ter waarde van €75. Normaal gesproken zou dit als loon kunnen worden gezien, waardoor iedere werknemer hierover belasting moet betalen. De werkgever kan het kerstpakket echter aanwijzen als eindheffingsbestanddeel binnen de werkkostenregeling (WKR).

    5. voorheffing

      belasting die alvast wordt betaald voordat de definitieve belasting wordt vastgesteld - bedrag dat als voorheffing is betaald wordt later verrekend met de belasting die je uiteindelijk verschuldigd bent

    6. oonbelasting

      belasting die wordt geheven over het loon dat een werknemer ontvangt uit een dienstbetrekking - werkgever houdt de loonbelasting direct in op het salaris en draagt deze af aan de belastingdienst --> daarom heet het een voorheffing op de inkomstenbelasting

    7. Loon uit dienstbetrekking

      is alles wat een werknemer ontvangt als beloning voor het verrichten van arbeid binnen een arbeidsrelatie

      voor loonbelasting geldt: loon is al hetgeen uit een dienstbetrekking wordt genoten

      dienstbetrekking kenmerken: - er wordt arbeid verricht - daar staat loon tegenover - er is een gezagsverhouding tussen werkgever en werknemer

    1. bronstaatbeginsel/situsbeginsel

      houdt in dat een land belasting mag heffen over inkomen of vermogen dat zijn bron in dat land heeft - het land waar het inkomen of vermogen ontstaat, mag belasting heffen

    1. Rendementsgrondslag

      is het bedrag van je vermogen in box 3 waarover de belastingdienst het rendement berekent - waarde van je bezittingen min je schulden op 1 januari van het belastingjaar

    2. Vervreemdingsvoordelen

      zijn voordelen die ontstaan wanneer je aandelen uit een aanmerkelijk belang verkoop, schenkt, ruilt of op een andere manier overdraagt - gaat dus om de winst die je maakt bij het vervreemden van de aandelen <br /> bijv Je koopt aandelen in een bv voor €20.000. Een paar jaar later verkoop je ze voor €35.000. Vervreemdingsvoordeel: €35.000 − €20.000 = €15.000 Deze €15.000 wordt belast in box 2.

    3. Meetrekregeling

      zorgt ervoor dat iemand ook een aanmerkelijk belang kan hebben terwijl hij zelf minder dan 5% van de aandelen bezit - gebeurt als een persoon in rechte lijn wel een aanmerkelijk belang heeft

    4. Koopoptie op aandelen

      geeft iemand het recht om aandelen in de toekomst te kopen tegen een vooraf afgesproken prijs - geeft alleen het recht om te kopen

    1. inhoudingsvrijstelling

      betekent dat er geen belasting hoeft te worden ingehouden terwijl dat normaal gesproken wel zou moeten - de inhoudingsplichtige hoeft de belasting dan dus niet af te dragen aan de belastingdienst

      bijv Normaal moet een bv bij een dividenduitkering dividendbelasting inhouden. In sommige situaties geldt een inhoudingsvrijstelling. Dan mag de bv het dividend uitkeren zonder dividendbelasting in te houden. Simpel voorbeeld Zonder inhoudingsvrijstelling: Dividend: €1.000 Dividendbelasting: €150 Uitbetaling: €850 Met inhoudingsvrijstelling: Dividend: €1.000 Dividendbelasting: €0 Uitbetaling: €1.000

    2. kapitaalstorting

      betekent dat een aandeelhouder de bv een voordeel geeft zonder dat er officieel aandelenkapitaal wordt gestort bijv: Voorbeeld Een aandeelhouder verhuurt een pand aan zijn bv voor €500 per maand, terwijl de normale huur €2.000 per maand is. De bv krijgt dan elke maand €1.500 voordeel. Dat voordeel is een informele kapitaalstorting.

    3. formeel

      winstuitkering die officieel en volgens de regels door een bv of nv aan haar aandeelhouders wordt uitgekeerd - er is dus een formeel besluit genomen om winst uit te keren

    4. Kapitaalstortingen

      bedragen of goederen die een ondernemer vanuit prive in de onderneming stopt - zijn geen winst, je hoeft daar dus geen belasting over te betalen - trekt ze wel af bij de totaal winst omdat dit geld niet door de onderneming is verdiend

    5. Onttrekkingen

      zijn bedragen of goederen die een ondernemer uit de onderneming haalt voor privegebruik - zijn geen zakelijke kosten, je mag ze dus niet van de winst aftrekken - je telt ze juist weer op omdat ze uit de onderneming zijn gehaald

    6. totaalwinst

      de totale winst die een ondernemer behaalt gedurende de hele levensduur van de onderneming - dus vanaf de start van de onderneming tot het moment dat de onderneming stopt

    1. Persoonsgebonden aftrek

      zijn bepaalde persoonlijke uitgaven die je van je inkomen mag aftrekken bij de inkomstenbelasting - daardoor wordt je belastbare inkomen lager en betaal je minder belasting bijv: partneralimentatie

    2. Omzetbelasting

      belasting over de verkoop van producten en diensten - ondernemer rekent btw aan de klant en draagt die btw daarna af aan de belastingdienst

    3. voorbelasting

      is de btw die een ondernemer zelf betaalt over zakelijke inkopen - die btw mag de ondernemer meestal aftrekken van de btw die hij aan de belastingdienst moet betalen

      bijv : Een ondernemer verkoopt producten en ontvangt €500 btw van klanten. Hij koopt ook spullen voor zijn bedrijf en betaalt daarop €120 btw. Dan hoeft hij af te dragen: €500 − €120 = €380 btw

    4. MKB-winstvrijstelling (art. 3.79a Wet IB 2001)

      De mkb-winstvrijstelling is een belastingvoordeel voor ondernemers in de inkomstenbelasting.

      Na toepassing van de ondernemersaftrek wordt een deel van de winst vrijgesteld van belasting. Daardoor betaal je minder inkomstenbelasting.

      Hoe werkt het? Bereken de winst uit onderneming. Trek de ondernemersaftrek af (zoals de zelfstandigenaftrek). Pas de mkb-winstvrijstelling toe op het bedrag dat overblijft.

    5. • Inbreuk op het goed koopmansgebruik – uitstel van belastingheffing:

      Normaal bepaalt goedkoopmansgebruik wanneer winst en kosten in een bepaald jaar moeten worden meegenomen.

      Soms maakt de wet hierop een uitzondering. Daardoor hoeft winst nog niet direct te worden belast, maar pas in een later jaar. Dat noemen we uitstel van belastingheffing. Voorbeeld: herinvesteringsreserve (HIR) Je verkoopt een machine met winst. Volgens normaal goedkoopmansgebruik zou die winst direct belast moeten worden. Met de herinvesteringsreserve mag je die winst tijdelijk reserveren. De belasting wordt dan uitgesteld totdat je een nieuw bedrijfsmiddel koopt of de reserve vrijvalt.

    6. Inbreuk op totaalwinstbegrip – afstel van belastingheffing

      Normaal geldt het totaalwinstbegrip: 👉 Alle winst die een ondernemer gedurende het bestaan van de onderneming behaalt, moet uiteindelijk een keer worden belast. Soms maakt de wet hierop een uitzondering. Dan wordt belasting niet alleen uitgesteld, maar hoeft een deel van de winst helemaal niet meer te worden belast. Dat noemen we afstel van belastingheffing.

    7. ondernemersfaciliteiten

      zijn belastingvoordelen en speciale regelingen voor ondernemers - zijn bedoeld om ondernemerschap te stimuleren en ondernemers minder belasting te laten betalen

    8. Zelfstandigenaftrek

      vastbedrag dat ondernemers van hun winst mogen aftrekken, waardoor zij minder inkomstenbelasting betalen - je moet ondernemer zijn - voldoen aan het urencriterium

    9. plaatsgevonden, wordt vervreemd, komt mogelijk in aanmerking voor een desinvesteringsbijtelling

      Als je een bedrijfsmiddel waarvoor je eerder investeringsaftrek (zoals de KIA) hebt gekregen te snel verkoopt of niet meer in de onderneming gebruikt, moet je mogelijk een deel van dat belastingvoordeel terugbetalen

      De investeringsaftrek is bedoeld om ondernemers te stimuleren langdurig te investeren. Als je het bedrijfsmiddel kort daarna verkoopt, vindt de Belastingdienst dat je het voordeel niet volledig mag houden.

    10. • Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (art. 3.41 Wet IB 2001):

      belastingvoordeel voor ondernemers die investeren in bedrijfsmiddelen als je in een jaar voldoende investeert mag je een extra bedrag van je winst aftrekken. daardoor betaal je minder inkomstenbelasting

    11. Investeringsaftrekken

      is een extra aftrekpost voor ondernemers die investeren in bedrijfsmiddelen hierdoor mag je naast de normale kosten van het bedrijfsmiddel nog een extra bedrag van de winst aftrekken, daardoor betaal je minder belasting

    12. ondernemersaftrek

      fiscale aftrekposten voor ondernemers, door deze aftrekposten wordt de winst lager, waardoor je minder inkomstenbelasting betaalt

    13. iscale reserves

      zijn bedragen die een ondernemer tijdelijk van de winst mag aftrekken en apart mag reserveren, daardoor betaal je nu minder belasting maar meestal later alsnog

    14. Goed koopmansgebruik

      betekent dat een ondernemer zijn jaarwinst op een goede, eerlijke en zakelijke manier moet berekenen - het bepaalt dus in welk jaar je opbrengsten en kosten moet meenemen

    15. jaarwinstbegrip

      de winst die een onderneming in een bepaald jaar heeft behaalt - dus welk deel van de totaal winst hoort bij dit belastingjaar

    16. totaalwinstbegrip

      hele winst die een ondernemer behaalt gedurende de totale periode dat de onderneming bestaat - dus vanaf de start van de onderneming tot het einde

      totaalwinst kijkt naar hoeveel de ondernemer in totaal rijker is geworden door de onderneming

    1. Indirecte belasting

      belasting die je niet rechtsreeks aan de belastingdienst betaalt maar via een ander - de belasting zit vaak in de prijs van een product of dienst

    2. Sanctioneringsbevoegdheden

      de bevoegdheid van de overheid/belastingdienst om straffen of maatregelen op te leggen als iemand zich niet aan de regels houdt

    3. Volksverzekeringen

      verplichte sociale verzekeringen voor bijna iedereen de in NL woont of werkt - ze geven recht op een uitkering of zorg bij bepaalde situaties

    4. Eindheffing in formele zin

      betekent dat de belasting formeel wordt geheven bij de werkgever

      Dus de Belastingdienst kijkt niet naar de werknemer, maar naar de werkgever als degene die de belasting moet aangeven en betalen. Het gaat dan vooral om de procedure: de werkgever doet aangifte; de werkgever betaalt aan de Belastingdienst; de werknemer hoeft dit niet zelf aan te geven.

    5. Eindheffing in materiële zin

      betekent dat de werkgever de belasting echt zelf draagt dus de werkgever betaalt de belasting aan de Belastingdienst; de werknemer hoeft hierover niets meer te betalen; het wordt niet meer verrekend in de inkomstenbelasting van de werknemer.

    6. loonbelasting
      • wordt iedere maand ingehouden op je salaris
      • wordt door je werkgever afgedragen aan de belastingdienst
      • is een voorheffing op de inkomstenbelasting ---> soort vooruitbetaling, je betaalt dus alvast zodat je niet aan het einde van het jaar alles in een keer hoeft te betalen
    7. Loonbelasting

      is een belasting die wordt geheven over het loon dat een werknemer verdient - de loonbelasting is meestal een voorheffing op de inkomstenbelasting --> dat betekent dat de belasting die al via je salaris is betaald, later wordt verrekend met je inkomstenbelasting

    8. Loonheffing

      is de belasting en premie die door de werkgever wordt ingehouden op het loon van een werknemer en wordt afgedragen aan de belastingdienst - de werknemer hoeft dit dus niet zelf te betalen, de werkgever houdt het automatisch in op het salaris

      bestaat uit: loonbelasting; premie volksverzekeringen; premie werknemersverzekeringen; inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw).

    9. Verticale verliesverrekening

      betekent dat je een verlies verrekent met inkomen of winst uit een ander jaar

      bijv Je hebt: 2025: €10.000 verlies 2026: €30.000 winst Dan mag je het verlies van 2025 verrekenen met de winst van 2026: €30.000 − €10.000 = €20.000 belastbare winst

    10. Horizontale verliesverrekening

      betekent dat je een verlies binnen hetzelfde jaar verrekent met positief inkomen uit een andere bron.

      bijv in hetzelfde belastingjaar heb je: winst uit onderneming: €10.000 verlies loon uit dienstverband: €25.000 inkomen Dan mag het verlies worden verrekend met je loon: €25.000 − €10.000 = €15.000 belastbaar inkomen

    11. Verliesverrekening

      betekent dat je een verlies uit een bepaald jaar mag verreken met winst uit andere jaren, daardoor betaal je minder belasting

      bijv: Een ondernemer heeft: in 2025: €10.000 verlies in 2026: €30.000 winst Dan mag hij het verlies van €10.000 verrekenen met de winst van 2026. Belastbare winst wordt dan: €30.000 − €10.000 = €20.000

    12. heffingskorting

      korting op de belasting die je moet betalen nadat is berekend hoeveel belasting je verschuldigd bent, worden de heffingskortingen daarvan afgetrokken. hierdoor betaal je minder belasting

      • verlaagt rechtstreeks het bedrag aan belasting dat je moet betalen
    13. Tijdstip van genieten van het inkomen

      is het moment waarop inkomen voor de belasting wordt geacht te zijn ontvangen en dus belast wordt

      • in welk belastingjaar telt het inkomen mee?
    14. Persoonsgebonden aftrek

      zijn bepaalde uitgaven die je van je inkomen mag aftrekken, waardoor je minder inkomstenbelasting betaalt bijv: betaalde partneralimentatie, bepaalde zorgkosten die niet worden vergoed

      het belastbare inkomen wordt lager, waardoor je minder belasting betaalt

    15. belastingplichtige?

      persoon of organisatie die volgens de belastingwet verplicht is belasting te betalen - degene op wie de belastingwet van toepassing is

    16. Cassatie

      procedure waarbij een zaak wordt voorgelegd aan de hoogste rechter van NL

      de HR kijkt niet opnieuw naar de feiten maar controleer of - het recht goed is toegepast - de procedure correct is verlopen

    17. Navorderingsaanslag

      extra aanslag achteraf de belastingdienst legt die op als later blijkt dat je te weinig hebt betaald of teveel terug hebt gekregen

    18. aanslag

      een officieel bericht van de belastingdienst waarin staat hoeveel belasting je moet betalen of terugkrijgt

      bij een aanslag staat meestal - over welk jaar het gaat - welke belasting het is - welk bedrag je moet betalen of terugkrijgen

      bijv: je doet aangifte inkomstenbelasting, daarna krijg je een aanslag waarin staat je moet zoveel betalen of je krijgt zoveel terug

    19. aanslagbelasting

      betekent dat de belastingdienst eerst een aanslag moet opleggen voordat je precies weet hoeveel belasting je moet betalen - belastingdienst stelt dus het bedrag officieel vast

      aanslag --> officieel bericht van de belastingdienst waarin staat hoeveel belasting je moet betalen of terugkrijgt

    20. aangiftebelasting

      betekent dat je zelf aangifte doet een zelf berekent hoeveel belasting je moet betalen bijv: btw/omzetbelasting loonbelasting

    21. geformaliseerd

      Wanneer de Belastingdienst later een aanslag oplegt, wordt die schuld vastgesteld. Dat noemen we de formele belastingschuld.

    22. materiële belastingschuld

      is de belastingschuld die rechtstreeks uit de belastingwet ontstaat (de belasting die je volgens de wet verschuldigd bent) de schuld bestaat al voordat de wet zegt dat je belasting moet betalen

      bijv: Je verdient in 2026 €35.000 inkomen. Volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 ben je daarover inkomstenbelasting verschuldigd. ➡️ Op het moment dat je het belastbare inkomen verdient, ontstaat de materiële belastingschuld.

    23. Heffingswetten

      zijn belastingwetten die regelen welke belasting wordt geheven, van wie en hoeveel

      • bevatten dus de inhoudelijke belastingregels (materieel belastingrecht)

      regelen WAT belast wordt

    24. Algemene wetten

      bevatten regels die voor meerdere belastingen gelden, ze regelen vooral de uitvoering en procedures van de belastingheffing

      bijv: algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR)

      regelen HOE belasting wordt geheven

    25. formeel belastingrech

      bevat de procedurele regels rondom belastingheffing

      bepaalt - hoe aangifte moet worden gedaan - hoe de belastingdienst belasting heft

      gaat over de manier waarop belasting wordt geheven en ingevorderd

    26. materiee

      bevat de inhoudelijke regels over belasting. (gaat over de belastingschuld zelf) bepaalt: - wie belasting moet betalen - waarover belasting wordt geheven - hoeveel belasting verschuldigd is

      bijv wet inkomstenbelasting 2001