Alleen de geluidssterkte van de twee kanalen verschilt. Bij luidsprekers zijn drie posities duidelijk, namelijk links, midden en rechts. Posities daartussen zijn minder nauwkeurig te bereiken. In de traditionele analoge mengtafel had ieder microfoonkanaal een panorama-potentiometer, kortweg panpot, waarmee het signaal in sterkte over links en rechts verdeeld werd. Het draaien aan de panpot wordt op zijn Engels panning genoemd. Intensiteitstereo is mono-compatibel, de geluidskwaliteit blijft in orde bij samenvoegen tot een monokanaal. Intensiteitstereo simuleert de schaduwwerking van het hoofd voor het afgewende oor, wat alleen bij hoge tonen optreedt. Intensiteitstereo werkt wel bij luidsprekers, niet bij hoofdtelefoon. Bij luidsprekers komen de lage tonen alsnog op beide oren aan. Met een hoofdtelefoon krijgt men een doof gevoel door intensiteitsverschillen in lage tonen.