232 Matching Annotations
  1. Mar 2020
    1. e vraag van negen adviesraden (waaronder de FRDO)13aan de verschillende overheden om de werkzaamheden rond hun respectievelijke strategieën duurzame ontwikkeling (inclusief de klimaatstrategieën) zoveel mogelijk op elkaar afstemmen (methodologie, timing, monitoring, indicatoren...) zodat maximaal efficiënt kan worden gewerkt v

      vraag indicatoren

    1. The ECB can buy 50% of all bonds issued by the EIB, compared to just 33% of government bonds

      ECB can buy 50 % of bonds issued by the EIB

    2. ECB isn’t allowed to buy green bonds on the primary market, directly from the EIB. It has to buy them on the secondary markets, for example from pension funds

      ECB can't buy on primary market

    1. The March 2020 projection incorporates the revised package, which envisages a much higher price of €25 per tonne of CO2 in 2021,

      25 EUR / tonne CO2

    2. The December 2019 projections reflected the initial coalition agreement of a starting price of €10 per tonne of CO2 for 2021.

      10 EUR/tonne

    3. Having been relatively stable at low levels of, on average, around €6 per tonne of CO2 between 2012 and 2017, the ETS price rose significantly in 2018 and 2019, ending 2019 at around €25 per tonne

      price history EU ETS

    1. The benefits stem fromthe reduction of CO2emissions enabled by the implementation of a project allowing the substitution of highercarbon content fuels

      only compared to higher fossil fuel emission projects

    1. the methodology developed by ENTSOG to calculate the impacts of a project on security of supply, sustainability, market integration and competition is based on an approachthat considers a fixed gas demand that must be supplied in all circumstances, without allowing for flexibility from other sectors such as the electricity sector

      ENTSOG methodology - Artelyx argument

    2. Existing gas infrastructure in 2030 is resilient to a wide range ofpotential extreme supply disruptions

      disruptions

    1. If we follow the figures given by the Artelys report, this would mean that for each euro given to the Just Transition Fund, the Commission would be ready to give 4 euros to the financing of gas projects

      artelys vs. JTF

    1. ACER believes that the preliminary assessment provided by ENTSOG, which assigned a positive sustainability benefit to each and every candidate project, is tenable only under the specific assumptions that gas will be a substitute of more polluting fuels in the European Union’s primary energy mix

      Acer comment on ENTSOG method

    1. Daarnaast is er een aansluitspoor naar de haven van Brussel. Voor lijn 26A is er een alternatief traject mogelijk door een tunnel te verbinden met het spoornet. Om die werken te kunnen uitvoeren moet het treinverkeer van 1juni tot 31augustus onderbroken worde

      tunnel

    2. Welke sanctiemaatregelen riskeren België en Infrabel? Welke acties werden er al ondernomen?

      sanctiemaatregelen

    3. De haven, het Brusselse Gewest en de firma Lineas hebben Infrabel gedagvaard, omdat het aldus de Europese verplichting schendt om elke Belgische haven een spoorverbinding te bieden

      dagvaarding

    4. Maria Vindevoghel à François Bellot (Mobilité) sur "La liaison ferroviaire avec le port de Bruxelles menacée" (55002607C)-Tomas Roggeman à François Bellot (Mobilité) sur "Schaerbeek-Formation" (55002647C)-Gilles VandenBurre à François Bellot (Mobilité) sur "La liaison ferroviaire avec le port de Bruxelles" (55002683C)-Kim Buyst à François Bellot (Mobilité) sur "La liaison ferroviaire avecle port de Bruxelles" (55003115C)

      question port de bruxelles / schaarbeek vorming

    1. Table 11: Examples of contributions made by auction revenues to domestic programmes, projects and actions

      concrete projecten

    2. Figure 3: Use of auctioning revenues by category of domestic andEU spending between 2013-2015 (bn EUR)

      types klimaatinvesteringen

    3. Figure 2: Overview of the use of auctioning revenues per Member State -total 2013-2015 (000 EUR

      overzichtsgrafiek

    1. DeRegeringzalookeenalgemenestudieopstartenoverdemogelijkheidomdeZenneophetterreinvanSchaarbeek-Vormingopnieuwblootteleggen

      studie zenne

    2. nsamenspraakmetdebetrokkenopenbareeigenaarszaldeRegeringnagaanofhetaangewezenisomhetgrondbeheerteverwervenopdesitesvanhetWeststation,vanSchaarbeek-VormingenvandegevangenissenvanSint-GillisenVorst

      nagaan grondbeheer verwerven

    3. De Regering zal van de productieactiviteiten terug een sterke functie maken door de bestemming van de huidige industrie-en havengebieden te behouden. Daarnaast zal zij van Schaarbeek-Vorming een belangrijke prioriteit maken. De regeling in verband met de gemengde gebieden zal onderzocht worden om ze zo goed mogelijk af te stemmen op de behoeften van de Brusselse productieactiviteite

      schaarbeek vorming productieactiviteiten

  2. www.ejustice.just.fgov.be www.ejustice.just.fgov.be
    1. 87388

      fiche 13 / nr 18

    2. «Back-to-Back»-operaties tussen de N.M.B.S. en het Fonds voor Spoorweginfrastructuur voor een totaal bedragvan 1.214.269.999,95 EUR. Het betreft schulden met hun bijhorende indekkingen die de N.M.B.S. heeft aangegaan in hetkader van diverse alternatievefinancieringsoperaties.Deze«back-to-back»-operaties moeten toelaten de schuldoverdracht conform te houden aan een netto boekhoud-kundige waarde van minimum 7,4 miljard EUR en een marktwaarde die de 7,7 miljard EUR niet mag overschrijden.De juiste modaliteiten van deze«back-to-back»-operaties zullen vastgelegd worden in een ministerieel besluit.Deze exhaustieve lijst is opgenomen in bijlage 2.4.

      back-to-back

    3. 30 DECEMBER 2004.—Koninklijk Besluit tot vaststelling van delijsten van de passiva en van de activa bedoeld in artikel 454,§2,tweede lid van de programmawet van 22 december 2003 die door deNationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen aan het Fondsvoor spoorweginfrastructuur overgedragen worden

      arrete royale

  3. Feb 2020
    1. he share of crude oil refining emissions as part of the Flemish industrial EU ETS emissions varied between 24% and 28%.

      crude oil refinery emissions

    2. 38% of the industrial GHG emissions under the EU ETS in Flanders

      emissions petrochemicals

    3. Currently, the chemicals industry is responsible for 33% of final energy use in Flanders and 61% of Flemish industrial final energy use for both feedstock and energetic use.

      emissions petrochemical industry

    4. main refining outputs (measured in PJ) in 2016 are gas- and diesel-oil (37%), heavy fuel oil (15%), gasoline (15%), other petroleum products (14%), naphtha (8%) and kerosene (5%). Between 1990-2016 there was a slight increase in the shares of gas- and diesel-oil (from 35% to 37%) and naphtha (from 5% to 8%) while the share of gasoline decreased (from 19% to 15%).

      main refinery outputs

    5. In 2016, the energy input stood at 1,426 PJ.

      energy input refineries 2016

    1. More than 90 percent of the hydrogen grid planned by the operators is based on the existing network used for transporting natural gas.

      90 % existing natural gas grid for hydrogen transport

    1. One important shortcoming of the current regulatory framework is the lack of reward for investments in innovative, low-carbon technologies for refineries and their products

      shortcoming

    1. Bestaande maatregelen

      bestaande maatregelen wallonië

    2. 308We vragen een extra inspanning van gemeenten, steden, intercommunales, OCMW’s, provincies en autonome gemeentebedrijven om vanaf 2020 in hun gebouwen (inclusief technische infrastructuur, exclusief onroerend erfgoed) een gemiddelde jaarlijkse primaire energiebesparing van 2,09%te realiseren.

      jaarlijkse besparing

    3. anaf 2021 voeren we ook bij niet-residentiële gebouwen een verbod in op stookolieketelsbij nieuwbouw en ingrijpende energetische renovatie (IER

      verbod stookolie

    4. navolging van de woningpas die eind 2018 werd gelanceerd, ontwikkelen we een gebouwenpas, die voor de eigenaar of de gebruiker dedigitale opslag, raadpleging en uitwisseling mogelijk moet maken van gebouw-, grond-en omgevingsgebonden informatie en aanbevelingen om de energetische prestatie te verbeteren. Bij de ontwikkeling van de gebouwenpas verzekeren we de complementariteit methet ondernemersloket voor ondernemingen en de TERRA-databank voor overheden, scholen en zorginstellinge

      gebvouwenpas

    5. Vanaf 2021 moeten niet energiezuinige tertiaire gebouwen binnen de vijf jaar na notariële overdrachtvan de volle eigendom grondig energetisch gerenoveerdworden.

      2021

    6. moeten deze gebouwen eenminimaal energieprestatielabel bereiken.Overheidsgebouwenbinnen het Vlaams Gewest geven het goede voorbeeld door vóór 2028 aan dit labelte voldoen.

      minimaal prestatielabel

    7. moeten uiterlijk tegen 2025 alle grote niet-woongebouwen(waar de mogelijkheid tot verwarming of koeling voorzien is) over een EPC-NRbeschikke

      2025: EPC-NR

    8. Energiepremies

      Energiepremies

    9. erplichte keuring van verwarmings-en airco-installaties.

      Verplichte keuring van verwarmings-en airco-installaties.

    10. EPN-regelgevin

      EPN-regelgeving

    11. Verplichte energieaudit grote ondernemingen

      Verplichte energieaudit grote ondernemingen

    12. NIET-RESIDENTIELE GEBOUWEN

      NIET-RESIDENTIELE GEBOUWEN context

    13. EPC

      Energieprestatiecertificaat

    14. Versneld asbestveilig maken van daken van woningen

      Versneld asbestveilig maken van daken van woningen

    15. Sociale huisvesting

      Sociale huisvesting

    16. timuleren van woningrenovatie binnen vijf jaar na notariële overdracht

      timuleren van woningrenovatie binnen vijf jaar na notariële overdracht

    17. E-peil-eis voor ingrijpende energetische renovaties 2020: E70 en 2025: E60

      E-peil-eis voor ingrijpende energetische renovaties 2020: E70 en 2025: E60

    18. Gedragsverandering via info op factuur

      Gedragsverandering via info op factuur

    19. Rollend fonds voor energetische renovatie van noodkoopwoningen

      Rollend fonds voor energetische renovatie van noodkoopwoningen

    20. aatregelen voor de stimulering van sloop en herbouw

      Stimulering sloop/herbebouw

    21. een stookolieketel in nieuwbouwwoningen en bij Ingrijpende Energetische Renovatie vanaf 2021 of bij vervanging van bestaande stookolieketel

      Geen stookolieketel bij nieuwbouw / renovatie

    22. Aardgasaansluiting bij woningen in nieuwe grote verkavelingen en appartementsgebouwen

      aardgasaansluiting woningen grote verkavelingen/appartementen

    23. Versnellen vernieuwingsgraad en optimalisatie van de instellingen van bestaande verwarmingsketels op aardgas en stookoli

      Vernieuwing/optimalisatie verwarmingsketels

    24. Stimuleren vervanging elektrische boiler door warmtepompboil

      vervanging elektrische naar warmtempompboiler

    25. erlaging van de registratierechten

      Verlaging registratierechten

    26. Afstemming woon-en energiepremies

      Afstemming woon-en energiepremies

    27. Uitbouwen van ontzorgingsinitiatieve

      ontzorgingsinitiatieven

    28. Lokale klimaattafels

      lokale klimaattafels

    29. erder uitbouwen van het EP

      uitbouwen EPC

    30. Initiatievenvanuit het beleidsdomein Won

      beleidsdomein wonen

    31. itbreiding takenpakket energiehuizen

      energiehuizen

    32. Normeringen

      normeringen

    33. Fiscale maatregelen

      fiscale maatregelen

    34. Financiële ondersteuning

      financiële ondersteuning

    35. EnergiePrestatieCertificaat (EPC)

      EnergiePrestatieCertificaat (EPC)

    36. Woningpas

      woningpas

    37. De energieprestatie van gebouwen en hun energie-efficiëntie zijn bevoegdheden van de gefedereerde entiteiten.Iedereen heeft dus zijn eigen langetermijnstrategie ontwikkeld voor de renovatie van het bestaande woningpark op zijn grondgebie

      renovatiestrategieën regio's

    38. Samen met de financiële sector bepalen we hoe EPC-gegevens gedeeld kunnen worden zodat kredietverleners via simulaties, scenario’s, bouwplannen,..., kunnen bepalen welke extra leencapaciteit of voordeel op hetaangegane krediet kan worden toegekend aan eigenaars die bij renovatie een substantieel verbeterde energiebesparing realiseren.

      delen EPC met financiële sector

    39. In het kader van de opmaak van het definitief NEKP zullen we aan de federale regering vragen om het verlaagd BTW-tarief van 6% voor vernieuwbouw zo snel mogelijk uit te breiden in alle steden en gemeenten op het Belgische grondgebied als effectief instrument om de regionale renovatiestrategieën versneld te verwezenlijken.

      btw 6% vlaanderen

    40. Het verlaagd BTW-tarief van6%(i.p.v. 21%) voor de renovatie van woningen ouder dan 10 jaar vormt al vele jaren een belangrijke fiscale impuls.Er is daarnaast sinds 2007 een verlaagd BTW-tarief van 6% voor herbouw na sloop van toepassing in 13 Vlaamse centrumsteden. In 2009 en 2010 werd de maatregel tijdelijk uitgebreid naar het hele land, om de bouwsector in crisistijd een duwtje in de rug te geven.

      verlaagd btw tarief 6 % (vlaanderen)

    41. Figuur 37: Eindverbruik van de tertiaire sector

      Figuur 37: Eindverbruik van de tertiaire sector

    42. De inspanningen, met name in de renovatiestrategie, werpen meervruchten af over de periode 2030-2040

      De inspanningen, met name in de renovatiestrategie, werpen meervruchten af over de periode 2030-2040

    43. Figuur 35: Eindverbruik van de residentiële sector

      Figuur 35: Eindverbruik van de residentiële sector

    44. n de residentiële sector daalt het eindverbruik tussen 2020 en 2030 met 11%, in hoofdzaak als gevolg van de maatregelen uit de renovatiestrategie

      Renovatiestrategie : daling eindverbruik met 11% tussen 2020 en 2030

    45. Evolutie van de BKG-uitstoot per activiteitensector in Wallonië (kt CO2-eq. tussen 1990 en 2017; bron: AWAC

      Evolutie van de BKG-uitstoot per activiteitensector in Wallonië (kt CO2-eq. tussen 1990 en 2017; bron: AWAC

    46. niet-ETS broeikasgasemissies per sector in de periode 2005-2030 op basis van de inventaris 2005-2017, de voorlopige inventaris 2018 en de prognoses tot 2030.

      Niet-ETS broeikasgasemissies per sector in de periode 2005-2030 in Vlaanderen op basis van de inventaris 2005-2017, de voorlopige inventaris 2018 en de prognoses tot 2030

    47. n 2018 hadden de sectoren transport (36%) en gebouwen (28%) de grootste bijdrage aan de totale niet-ETS broeikasgasemissies in Vlaanderen (Figuur 2 1

      Sectoren transport (36%) en gebouwen (28%) grootste bijdrage aan totale niet-ETS emissies in Vlaanderen

    48. Een technische kwestie in verband met de monitoringmethodiek voor fluorhoudende gassen zal verder uitgeklaard worden. Deze kwestie heeft een potentieel grote impact op de Vlaamse niet-ETS emissies in de basisjaren. Indien deze technische kwestie effectief aanleiding geeft tot een wijziging, zal de impact ervan duidelijk worden in de hierboven vermelde inventaris

      technische kwestie fluorhoudende gassen

    49. De emissies voor het jaar 2018 zijn enkel nog maar opgenomen in een voorlopige inventaris

      emissies 2018

    50. rekenmethode voor de bepaling van het 2030 eindpunt

      rekenmethode bepaling eindpunt 2030

    51. steeds worden weergegeven ten opzichte van de reële 2005 emissie

      emissiereducties weergegeven tov reële 2005-emissies

    52. indicatieve reductiedoelstelling van 32,6% tegen 2030 ten opzichte van de reële 2005 niet-ETS emissie

      indicatieve reductiedoelstelling van 32,6 % tegen 2030 ten opzichte van de reële 2005 niet-ETS emissie

    53. erschil tussen beide cijfers kan verklaard worden door de manier waarop de aanpassingen aan het toepassingsgebied van het EU-ETS (bij de overgang van de periode 2008-2012 naar de periode 2013-2020) werden doorgerekend door de Europese Commissie bij het bepalen van het niet-ETS traject voor de periode 2013-2020

      verschil reële en herberekende emissies 2005

    54. 46,1 Mton CO2-eq

      reële emissies 2005

    55. herrekende 2005 niet-ETS emissiecijfer 47,8 Mton CO2-eq.

      herrekende 2005 niet-ETS emissiecijfer: 47,8 Mton CO2

    56. Bij het bepalen van het eindpunt van het traject wordt rekening gehouden met Europese rekenmethodes24, die evenwel nog niet formeel zijn vastgelegd in Europese regelgeving. Hierbij worden de niet-ETS emissies voor het jaar 2005 herrekend op basis van de niet-ETS doelstelling in het jaar 2020.

      bepaling eindpunt

    57. In afwachting van een intra-Belgische verdeling van de Belgische niet-ETS-doelstelling van -35% is de preciezedoelstelling voor Vlaanderen momenteel nog niet gekend. I

      in afwachting van intra-Belgische verdeling, doelstelling voor Vlaanderen nog niet gekend

    58. definitieve jaarlijkse emissieruimte voor de jaren 2021-2030 wordt door de Europese Commissie pas vastgelegd in 2020, op basis van de niet-ETS-emissies in de basisjaren (2005, 2016, 2017 en 2018) in de emissie-inventaris die door de lidstaten in dat jaar wordt ingediend

      emissieruimte 2021-2030

    59. Het beginpunt van het pad wordt gelegd in mei 2019 op de gemiddelde niet-ETS-emissies in de jaren 2016, 2017 en 2018

      beginpunt ESR

    60. Energieneutraliteit voor gebouwen in de tertiaire sector

      Energieneutraliteit voor gebouwen in de tertiaire sector

    61. Gemiddeld verbruik van 100 KWh / m² / jaar voor de woningsector

      Gemiddeld verbruik van 100 KWh / m² / jaar voor de woningsector

    62. Uitstap uit stookolie vanaf 2025

      Verbod op stookolie vanaf 2025

    63. Uitstap uit steenkool vanaf 2021

      verbod op steenkool vanaf 2021

    64. Voor de tertiaire sector: tegen 2050 streven naar eenenergieneutraal tertiair gebouwenpark (zero ener

      Tertiaire sector: tegen 2050 streven naar energie-neutraal tertiair gebouwenpark (zero energy)

    65. Dezeevolutiestreeft ernaar om tegen 2030 het gemiddelde energieverbruik in de tertiaire en residentiële sector met 29,1% te verminderen.

      Gemiddelde energieverbruik in de tertiaire en residentiële sector met 29,1% verminderen tegen 2030

    66. Voor de residentiële sector: tegen 2050 streven naar het behalen van het EPBA-label (specifieke energiebehoefte≤ 85kWh / m2jaar)als gemiddelde..

      o Residentiële sector: tegen 2050 streven naar het behalen van het EPBA-label (specifieke energiebehoefte ≤ 85kWh / m2jaar) als gemiddelde

    67. Stimuleren van de renovatie van woongebouwen na notariële overdracht en het verplichten van de renovatie van niet-woongebouwen na notariële overdrach

      stimuleren renovatie woongebouwen en niet-woongebouwen na notariële overdracht

    68. fonds «Infrastructure 4 Belgium» zal er 150 miljoen euro ter beschikking zijn waardoor bijna 2 miljard euro infrastructuurinvesteringen kunnen worden gemobiliseerd dank zij het hefboomeffect.

      Infrastructure 4 Belgium

    69. Doorgronden en toepassen van de “Third Party financing” formules tegen 2021

      Doorgronden en toepassen van de “Third Party financing” formules tegen 2021

    70. 50% van de federale gebouwen moet voldoen tegen 2030 (rekening houdend met de beperkingen op technisch, wettelijk, HR-vlak en met de toegankelijkheid van openbare gebouwen en de continuïteit van de dienstverlening

      50 % federale gebouwen energie-neutraal tegen 2030, rekening houdend met beperkingen op technisch, wettelijk, HR, toegankelijkheid en continuiteit van de dienstverlening

    71. Opstellen van plan voor een milieuvriendelijke energieheffing tegen 2021

      milieuvriendelijke energieheffing

    72. nvoeren vanverlaagd BTW-tarief voor afbraak en heropbouw, mits goedkeuring door de Europese Commissie

      verlaagd btw-tarief afbraak heropbouw, evaluatie commissie

    73. Elektrificatie van gebouwenverwarming

      elektrificatie gebouwenverwarming

    74. Het is immers enkel voor deze niet-ETS sectoren -de gebouwen, transport, landbouw, afval en een klein deel van de industrie -dat de lidstaten zelf doelstellingen moeten naleven.

      niet-ets sectoren

    75. Een verlaagd btw-tarief van 6% voor het volledige Belgische grondgebied kan heropbouw na sloop stimuleren.

      verlaagd btw tarief sloop heropbouw

    76. In de periode 2005-2018, een periode van 13 jaar, zijn de niet-ETS emissies in Vlaanderen bovendien slechts met 5% gedaald.

      daling niet-ETS vlaanderen

    77. Gewesten zetten hierbij voornamelijk in op de grootschalige renovatie van de gebouwensector.

      gewesten: gebouwen renoveren

    78. Hiervoor zullen de grootste inspanningen moeten komen van de sectoren die het meeste bijdragen tot de broeikasgasemissies: de gebouwen-en de transportsector. Voor de gebouwensector ligt de nadruk op sterk verbeterde energie-efficiëntie, gekoppeld aan de vergroening van de energiedragers.

      emissiereducties gebouwensector

    79. ussen 1990 en 2017

      verandering in emissies per sector

    80. In vergelijking met de afgelopen jaren daalden de emissies van de residentiële sector en de tertiaire sector in 2017, hoewel een aantal indicatoren in stijgende lijn gaan. Voorbeelden zijn de stijging van het aantal woningen en van het aantal werknemers in de tertiaire en de institutionele sector. Dit komt door de overschakeling op een andere brandstof en betere isolatie. In de tertiaire sector blijft er een netto-stijging van emissies sinds 1990 door de ontwikkeling van de activiteit in deze sector.

      emissies residentiële sector

    81. Residential13.3%

      residentieel

    82. Sinds 1995 is het aantal gebouwen met 12% gestegen. In dezelfde periode steeg het aantal woningen met 20%. Het Belgische woningbestand kenmerkt zich door een hoog percentage oude gebouwen. Aardgas is de voornaamste verwarmingsbron. Het aandeel van huishoudelijke toestellen die energie verbruiken, blijft stijgen

      woningbestand

    83. De residentiële en tertiaire sectoren zijn de belangrijkste verbruikers van finale energie(40% in 2017 ), gevolgd door industrie (30%) en transport (30%).

      residentiële sector

    1. : Reflectie opstarten in de Commissie voor het Verbruik met opzet als doel een wettelijk kader te definiëren voor de derde-investeringsmaatschappijen om te lenen aan particulieren en bedrijven en hun de nodige financiële garanties te bieden voor de uitvoering van werken ter verbetering van de energie-efficiëntie

      wettelijk kader voor derdebetalersregeling

    2. nergie-inventaris of -kadaster van de Belgische onroerende activa (overheid en privésecto

      energie-kadaster

    3. nzake productnormenFED: Productnomering, Ecodesign & labelling:oUitbreiding / versterking van het productbeleid op nationaal en Europees niveau.oToegang tot de markt regelen (strengere emissienormen, verbod op sommige soorten verwarming en normen op brandstoffen)._D,E, P Met voldoende aandacht voor harmonisatie tussen gewesten. PoProducten moeten tegen een bepaalde datum een bepaalde minimumefficiëntie hebben. oHet realiseren van een impactstudie die een stockmodel gebruikt op basis van statistieken is nodig om de exacte impact te schatten

      FED productnormerings-activiteiten

    4. Defensie

      budget defensie

    5. NMBS/InfrabelDe geplande maatregelen voor de periode 2016-2022 zullen worden gefinancierd op basis van de toegekende investerings-en exploitatiedotaties.

      budget NMBS/Infrabel

    6. Regie der gebouwenGaranties inzake vastleggingen zullen geboden worden via meerjarenplannen met gesplitste kredieten (over 5-6-7 jaar) en begrotingen over 20 jaar in functie van het gekozen ambitieniveau.De huidige evaluaties situeren het budget op

      budget regie der gebouwen

    7. nationaal pact voor strategische investeringenbepaalt dat het grootste deel van de overheidsinvesteringen gericht zal zijn op de grondige renovatie van overheidsgebouwen. Volgens het pact vertegenwoordigt dit 17 miljard euro aan investeringen tegen 2030 (lineaire projectie), waarvan 1,65 miljard eurovoor de federale overheidsgebouwen (150 miljoen euro per jaar).

      nationaal pact

    8. e realisatie tegen 2021 van een energiekadaster voor de federale overheidsgebouwen(Regie, NMBS, Defensie). Dit kadaster zal een bijdrage leveren aan het bereiken van de beoogde neutraliteit tegen 2040, zoals voorzien in het nationaal energiepac

      energie-kadaster FED 2021

    9. oor de periode vanaf 2023 zal er een visie worden uitgewerkt voor de verderzetting van de inspanningen tot 2040 of 2050 door reeds een actieplan vanaf 2030 te voorzien, wat een eerste stap naar de neutraliteit zal zijn. De renovatiegraad van de gebouwenzal moeten versneld worden om in 2040 de neutraliteit te bereiken. De betrokken oppervlakte zal met voldoende nauwkeurigheid moeten gekend zijn (zie acties inzake het kadaster onderaan

      nmbs/infrabel

    10. Vermindering van het energieverbruik buiten tractie. Tussen 2005 en 2017 heeft NMBS zijn energieverbruik buiten tractie met 17,5% verminderd. Deze inspanning zal gedurende de komende jaren verdergezet worden. Tussen 2016 en 2022 beoogt de NMBS een bijkomende vermindering van 7% via de volgende acties

      nmbs/infrabel buiten tractie

    11. Gelet op de diversiteit van de betrokken gebouwen zullen er actieplannen per type gebouw worden opgesteld (gedifferentieerde normen zullen overwogen worden voor de beschermde en geklasseerde gebouwen) om de energieneutraliteit te bereiken.

      actieplan per gebouw (regie der gebouwen)

    12. en grondig onderzoek van de steunmogelijkheden voor de energierenovatie van gebouwen via «Third party financing» formules wordt tegen 2021 uitgevoerd.

      third party financing

    13. plan voor een milieuvriendelijke energieheffing wordt samen met de federale en gewestelijke regeringen tegen 2021 opgesteld

      milieuvriendelijke energieheffing

    14. Inwerkingtreding op 1 januari 2019 van het optionele btw-stelsel van onderwerping aan de btw voor de verhuren van nieuwe gebouwen gebruikt in het kader van de economische activiteit van de belastingplichtige-huurder. Deze maatregel geeft een boost aan het renoveren van het Belgische professionele gebouwenbestand, door het aftrekken van de verschuldigde btw op de kosten met betrekkingtot deze nieuwe gebouwen mogelijk te maken.

      optionele btw-stelsel

    15. FED: De veralgemening van het toepassingsgebied van het verlaagd btw-tarief van 6% voor afbraak en heropbouw van gebouwen bestemd voor privéwoningen, die momenteel in 32 steden van toepassing is, is mogelijk in de veronderstelling dat de Europese Commissie in dezemaatregel een belangrijke bijdrage ziet om de Belgische doelstelling te halen in het kader van de energie-efficiëntie

      verlaging btw 6%

  4. lexparency.org lexparency.org
    1. greenhouse gas emissions from IPCC source categories of energy, industrial processes and product use, agriculture and waste as determined pursuant to Regulation (EU) No 525/2013, excluding greenhouse gas emissions from the activities listed in Annex I to Directive 2003/87/EC.Without prejudice to Article 7 and Article 9(2) of this Regulation, this Regulation does not apply to greenhouse gas emissions and removals covered by Regulation (EU) 2018/841.For the purposes of this Regulation, CO2 emissions from IPCC source category 1.A.3.A civil aviation shall be treated as zero.

      scope ESR (Effort Sharing Regulation)

    1. Ineos said in July that it had approved construction of the PDH unit and ethane cracker at a single site. Each unit will benefit from US shale gas economics. The cracker will be designed to produce 1 million metric tons/year (MMt/y) of ethylene, and the PDH plant will have capacity for 750,000 metric tons/year of propylene.

      production

    1. Table S10. Manufacture cost.

      manufacture cost

    2. ST12.2. Sensitivity analysis on the design and cost assumptions

      sensitivity of costs

    3. Table S9. List of economic parameters

      economic parameters

    4. For the designed biorefinery, the total CAPEX was calculated at 477 MM€.

      total CAPEX

    5. 2.10.3 Economic analysis

      economic assessment

    6. Table S8. Overview of the mass and energy flows in the integrated (birch wood-to-phenol, propylene, lignin phenolic oligomers, and carbohydrate pulp) biorefinery.

      mass balance plant

    7. The unit design is based on the following core data:

      production capacity proposed facility

    8. able S13 shows that the GWP of bio-phenol from lignin in this integrated approach is 0.736 kg CO2 equivalent, which is much lower than the fossil-derived phenol (1.73 kg CO2 equivalent). The reductive catalytic fractionation process shows a negative GWP for bio-phenol as the lignocellulose feedstock is a carbon stock. The main contributor of the GWP of bio-phenol is from conversion of monomers fraction to phenol (via hydroprocessing, dealkylation and distillation), which is attributed to the non-renewable H2 (GWP=8.20 kg CO2 / kg H2) used for hydroprocessing to obtain partial deoxygenated products-alkylphenols. Similarly, bio-propylene has a GWP of 0.469 kg CO2 equivalent

      GWP new process

    9. he GWP of phenol, propylene and nonylphenol from fossil oil is 1.73, 1.47 and >1.58 kg CO2 equivalent, respectively

      GWP fossil

    10. this in plantalignin depolymerization strategy produces a select number of methoxylated and alkylated phenolic monomers in close-to-theoretical yields, viz. 20 and 50 wt.% for soft- and hardwood

      new process

    11. Industrial phenol production currently proceeds through the Hock process, involving exothermic autoxidation of cumene, obtained from benzene alkylation with propylene, followed by acid-catalyzed decomposition of cumene hydroperoxide into equimolar amounts of phenol and acetone (Fig. S2).(44, 50) Besides the fossil, non-renewable nature of the feedstock, and the use of dangerous intermediates/catalysts, such as hydroperoxide (explosive) and sulfuric acid (corrosive), the overall phenol yield (on benzene per single-pass basis) in the current process is only 5%,(51)while the overproduction of acetone is a potential market burden.(50)

      hock process

    12. Phenol is a bulk chemical in today’s industry with a global annual production projected at 13.5 million tonnes in 2026.(49) Its main downstream use comprises the production of bisphenol A (46%), phenolic resins (28%), caprolactam (13%), aniline (3%), and alkylphenols (3%) (Fig. S1).

      importance

    1. CO2 storage Through smart forest management, wood can be harvested sustainably. “Moreover, as a result of the shrinking paper industry, there is currently a surplus of wood in Europe”, Sels explains.

      oversupply of wood

    1. This implies that the Bank will phase out support to (i) the production of oil and natural gas; (ii) traditional gas infrastructure (networks, storage, refining facilities); (iii) power generation technologies resulting in GHG emissions above 250 gCO2 per kWh of electricity generated, averaged over the lifetime for gas-fired power plants seeking to integrate low carbon fuels and (iv) large-scale heat production infrastructure based on unabated oil, natural gas, coal or peat

      referentie 250 gCO2/kWh final EIB climate energy policy

    1. OnlyIn general, the Bank will only support power generation projects which emit less than 250 gCO2e per kWhe.This criterion applies to all technologies including to power generation based on low-carbon energy sources is eligible for Bank support

      mention 250 gCO2/kWh in first revised draft

    1. They derive50%or moreof theirrevenues come from electricity generation with a GHG intensityof lifecycle GHG emissionsabove 100 gCO2e/kW

      100 gCO2/kWh second mention

    2. Electricity producers with carbon intensityof lifecycle GHG emissionshigher than 100gCO2e/kWh (50%+ revenues

      100 gCO2/kWh fist mention

    1. argest absolute increase between the lowest and highest income decile is found for COICOP categories transport (07; +7.4 ton CO2-eq.)

      inkomensverschil transport

    2. transport (07; 21%)

      transport totale uitstoot

    1. 257

      european average car emission per kilometer / per passenger

    2. Emission factors

      Ducky emission factor references

  5. Jan 2020
    1. The extra cost of the hydrogen-ready boiler would be about £50, it says.

      50

    2. The firm wants the government to stipulate that by 2025, all new boilers on sale should be hydrogen-ready.

      2025

    3. The 20% proportion was chosen because it’s an optimal blend that won’t affect gas pipes and appliances.

      20 %

  6. Nov 2019
    1. To erect 10 000 wind turbines (“33 GW”) over aperiod of 10 years would require roughly 50 jack-up barges. These cost£60 million each, so an extra capital investment of £3 billion would berequired.

      jack-up barges wind construction

  7. Oct 2019
    1. To calculate the time before depletion and yearly rate of emission decrease in the case of linear decrease until the remaining budget is depleted (here a remaining carbon budget from the start of 2019 is used) [emissions(t) = emissions(2019) - slope . t(depletion)], we can start from the premise that the total budget (budget) and starting emissions (emissions_2019) are known, out of which we can calculate the slope (rate of decrease) and time before depletion (t_depletion):

      Calculation of linear decrease in budget : starting from 2019 (first year with known amount emissions to start from)

  8. Sep 2019
    1. But beware of using those end dates instead of budgets, because it is not the end date but the cumulative emissions that count! A simple illustration: if you don’t achieve reductions in the next ten years but keep emissions constant, and reduce linearly after that, the result is that you have to reach zero ten years earlier! See the next figure.

      End date versus budget

    1. Table 2.2:

      IPCC Special Report on Global Warming of 1.5 °C - Table 2.2: The assessed remaining carbon budget and its uncertainties

    1. 2.2 Updated Methane Emissions from Natural Gas .................................................. 8

      updated methane emissions

    1. even if we add in the cost of building new network infrastructure to cope with all the new wind and/or solar capacity implied by replacing gasoline with renewables and EVs, the economics of renewables still crush those of oil

      even if we add in the cost of building new network infrastructure to cope with all the new wind and/or solar capacity implied by replacing gasoline with renewables and EVs, the economics of renewables still crush those of oil

    1. De emissies dalen ook, vooral door een lagere vraag naar het openbaar vervoer

      emissies dalen door minder OV : ?

    2. Aangezien het model alleen de tijd meet die onderweg verloren gaat, worden de bijkomende kosten om plannen te wijzigen, afspraken te verzetten, enz. (zogenaamde kosten voor plan-ningsvertraging) niet gemodelleerd. De winst door hogere productiviteit als gevolg van een betere ruimtelijke allocatie wordt ook niet opgenomen

      congestiekostberekening

  9. Aug 2019
    1. Figure 10: Impact sur le changement climatique de la production d’agneaux biologiques et conventionnels, en kg eqCO2 / 100 kg vv –dispersion des résultats et contribution des différents postes à l’impact moyen

      Figure 10 : Impact sur le changement climatique de la production d’agneaux biologiques et conventionnels, en kg eq CO2 / 100 kg vv – dispersion des résultats et contribution des différents postes à l’impact moyen

    2. Lien aux indicateurs techniques

      Lien aux indicateurs techniques

    3. Lorsque l’on tient compte du stockage de carbone annuel par les sols, les pastoraux, conventionnels et surtout bio, affichent un impact sur le changement climatique très faible à l’hectare et négatif par kg produit.

      Lorsque l’on tient compte du stockage de carbone annuel par les sols, les pastoraux, conventionnels et surtout bio, affichent un impact sur le changement climatique très faible à l’hectare et négatif par kg produit.

    4. Tableau 9: Résultats environnementaux2013(ovins viande) –ComparaisonAgneaux Bio et conventionnels (Inosys-Réseaux d'Elevage)

      Tableau 9: Résultats environnementaux2013(ovins viande) –ComparaisonAgneaux Bio et conventionnels (Inosys-Réseaux d'Elevage)

    1. Tableau 2. Consommation d’énergie finale spécifique pour deux chaînes d’approvisionnement et pour deux modes de transport dans le cas de la viande d’agneau

      Tableau 2. Consommation d’énergie finale spécifique pour deux chaînes d’approvisionnement et pour deux modes de transport dans le cas de la viande d’agneau

    1. A titre illustratif, les consommations d’énergie liées au transport et à la distribution pour un agneau élevé en Nouvelle-Zélande et commercialisé en Allemagne et pour un agneau élevé en Allemagne et commercialisé localement en vente directe « sontplutôt comparables [...] malgré de grandesdifférences dans les distances de transport. »(Schlich et al. (2006) [2]), car les transports massifiés que sont les poids lourds et les cargos réduisent considérablement les émissions par kilo transporté. L’agneau néo-zélandais est dans cette étude transporté par bateau réfrigéré sur 20 000 km (le bateau retourne ensuite en Nouvelle-Zélande à plein) puis par poids lourds avec conteneurs réfrigérés sur 400 km (retour à vide). L’agneau allemand est, lui, transporté en camionnette par le producteur sur 100 km (retour à vide).

      A titre illustratif, les consommations d’énergie liées au transport et à la distribution pour un agneau élevé en Nouvelle-Zélande et commercialisé en Allemagne et pour un agneau élevé en Allemagne et commercialisé localement en vente directe « sontplutôt comparables [...] malgré de grandesdifférences dans les distances de transport. »(Schlich et al. (2006) [2]), car les transports massifiés que sont les poids lourds et les cargos réduisent considérablement les émissions par kilo transporté. L’agneau néo-zélandais est dans cette étude transporté par bateau réfrigéré sur 20 000 km (le bateau retourne ensuite en Nouvelle-Zélande à plein) puis par poids lourds avec conteneurs réfrigérés sur 400 km (retour à vide). L’agneau allemand est, lui, transporté en camionnette par le producteur sur 100 km (retour à vide).

    1. This large datasetenabled an assessment of the relationship between farm variables and carbon footprint at a multi-farmlevel. Mean carbon footprints of 10.85, 12.85 and 17.86 kg CO2e/kg live weight finished lamb wererecorded for lowland, upland and hill farms respectively, from samples with coefficients of variation of33%, 23% and 34%.

      This large datasetenabled an assessment of the relationship between farm variables and carbon footprint at a multi-farmlevel. Mean carbon footprints of 10.85, 12.85 and 17.86 kg CO2e/kg live weight finished lamb wererecorded for lowland, upland and hill farms respectively, from samples with coefficients of variation of33%, 23% and 34%.

    1. The carbon footprint averaged 19 kg of CO2 eq./kg of lamb meat, with 80% from the cradle-to-farm-gate (mainly animal methane and nitrous oxide emissions), 3% from processing, 5% from all transportation stages (predominantly from shipping), and 12% from retailer/consumer/waste stages (dominated by retail storage and home cooking; Figure 2; Ledgard et al., 2009a, 2010)

      The carbon footprint averaged 19 kg of CO2 eq./kg of lamb meat, with 80% from the cradle-to-farm-gate (mainly animal methane and nitrous oxide emissions), 3% from processing, 5% from all transportation stages (predominantly from shipping), and 12% from retailer/consumer/waste stages (dominated by retail storage and home cooking; Figure 2; Ledgard et al., 2009a, 2010)

    1. the current policy pathway — maximising the development of renewable electricity — is unlikely to get us to net zero by 2050.

      the current policy pathway — maximising the development of renewable electricity — is unlikely to get us to net zero by 2050

      --> it will be even less if this path is chosen, because CCS needs a lot of energy:

      "The energy needed to run direct air capture machines in 2100 is up to 300 exajoules each year, according to the paper. This is more than half of overall global demand today, from all sources, and despite rising demand this century, it would still be a quarter of expected demand in 2100."

      https://hyp.is/fePRPrUgEemmKQs-1J8psA/www.carbonbrief.org/direct-co2-capture-machines-could-use-quarter-global-energy-in-2100

    1. The energy needed to run direct air capture machines in 2100 is up to 300 exajoules each year, according to the paper. This is more than half of overall global demand today, from all sources, and despite rising demand this century, it would still be a quarter of expected demand in 2100.

      The energy needed to run direct air capture machines in 2100 is up to 300 exajoules each year, according to the paper. This is more than half of overall global demand today, from all sources, and despite rising demand this century, it would still be a quarter of expected demand in 2100.

  10. Jul 2019
    1. Toewijzen van een coördinerende bevoegdheid aan de federale overheid

      coordinating role of the federal government in climate policy and strengthening the tasks of the National Climate Commission

    1. Hittestress is een probleem op en rond de Groenplaats in de zomer

      Hittestress is een probleem op en rond de Groenplaats in de zomer

    1. Include climate changeimpacts in the calculation method forcompensation

      Include climate changeimpacts in the calculation method forcompensation

    2. Ban third party funding

      Ban third party funding

    3. Allow counterclaims and ensure full participation for affected third parties

      Allow counterclaims and ensure full participation for affected third parties

    4. Require exhaustion of local remedies

      Require exhaustion of local remedies