2 Matching Annotations
  1. Last 7 days
    1. Artikel 67, eerste lid, tweede alinea, van de Verordening voorziet, naar het oordeel van de rechtbank, anders dan de Woo in een grondslag waaraan de minister in zijn hoedanigheid van bevoegde autoriteit de bevoegdheid ontleent om een professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen te verzoeken om relevante informatie uit diens register over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ter beschikking te stellen indien derde partijen, zoals de drinkwaterindustrie, detailhandelaars of omwonenden een verzoek om toegang tot deze informatie doen aan de minister.

      Het is art 67.1 zelf die de grondslag geeft aan Minister als bevoegde autoriteit om gegevens op te vragen bij de particuliere houder, op verzoek van de genoemde soorten derde partijen. Dat is rechtstreeks v toepassing, want verordening. (Maar wat is dan de relevantie v het noemen van nationale wetgeving)

    2. De rechtbank overweegt dat in artikel 4, vierde lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (de Wgb) is bepaald dat de minister van LVN belast is met het verstrekken van informatie als bedoeld in artikel 67, eerste lid, derde tekstblok, van de Verordening. Zij is van oordeel dat hieruit volgt dat de minister is aangewezen als de bevoegde autoriteit die is belast met het nemen van besluiten op verzoeken om toegang tot informatie als bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de Verordening. Of andere bestuursorganen, zoals eisers stellen, ook informatie uit de registers dienen te verstrekken doet niet ter zake. Zij hebben hun verzoek nu eenmaal onder meer ingediend bij de minister en ook de besluiten op hun verzoek zijn afkomstig van de minister. Daarmee ligt in deze beroepsprocedure ter beoordeling voor of de minister die belast is met verstrekken van informatie uit de registers van professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen op goede gronden tot afwijzing van het verzoek van eisers is gekomen.

      De Minister van LNV is volgens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) de bevoegde autoriteit (dus niet bijv de provincies die er om vragen bij de Drentse leliekwekers)