10 Matching Annotations
  1. Last 7 days
    1. De rechtbank komt, gelet op al het hiervoor overwogene, tot de conclusie dat in artikel 4.2, tweede lid, van de Woo noch in enig andere bepaling in de Woo het inzagerecht als bedoeld in artikel 67 van de Verordening is geregeld, omdat op grond van de Woo geen inzage kan worden verkregen in informatie die niet bij de minister berust en daar ook niet had behoren te berusten. Daarmee komt de Woo niet tegemoet aan de volle werking en het nuttig effect van artikel 67, eerste lid, tweede alinea, van de Verordening. De rechtbank is eveneens van oordeel dat de minister, gelet op de beginselen van loyale samenwerking en effectieve rechtsbescherming, op grond van artikel 67, eerste lid, van de Verordening en nu vast staat dat sprake is van milieu-informatie, is gehouden om naar aanleiding van het verzoek van eisers toepassing te geven aan artikel 67, eerste lid, tweede alinea, van de Verordening door de informatie waarom eisers hebben verzocht te verstrekken. Dit houdt in dat de minister de professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen dient te verzoeken om de door eisers gevraagde informatie uit het register aan de minister ter beschikking te stellen.

      Art 67.1 1107/2009 is niet geregeld in de Woo, art 4.2. of elders, en eigenstandig van toepassing.

    2. Tegen deze achtergrond is de rechtbank van oordeel dat is beoogd met artikel 67, eerste lid, van de Verordening te voorzien in een algemene toegang tot informatie uit de registers van gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen voor ten minste de in dit artikel genoemde derde partijen; ook wordt daarmee voorzien in de bevoegdheid van de bevoegde autoriteit om aan een professionele gebruiker te verzoeken om die informatie beschikbaar te stellen indien een verzoek om toegang tot die informatie is gedaan door ten minste een derde partij. Het verhogen van de gezondheid van mens, dier en milieu door middel van onder meer de traceerbaarheid van blootstellingen aan gewasbeschermingsmiddelen te verzekeren en de doeltreffendheid van het toezicht en controle te verbeteren is gebaat bij een toegang tot de informatie in de registers van onder meer professionele gebruikers. Die moet dan meer omvatten dan enkel de gevallen waarin concrete aanleiding bestaat om van overheidswege toezichtbevoegdheden aan te wenden om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en mogelijk in dat verband begane overtredingen te onderzoeken. Daarbij is van belang dat uit de Verordening niet expliciet blijkt dat de controlerende functie van de toegang tot de registers is voorbehouden aan controle van overheidswege. Dat artikel 67, eerste lid, van de Verordening is ondergebracht in hoofdstuk VIII met de titel “controles”, betekent daarom dat de bevoegdheid van de bevoegde autoriteit om een verzoek te doen om informatie uit de registers is bedoeld om derde partijen toegang te geven tot informatie in de registers van professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen. Derde partijen, zoals omwonenden van percelen waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, worden met de verstrekking van informatie uit de registers in staat gesteld te controleren in hoeverre gewasbeschermingsmiddelen zijn ingezet in hun fysieke leefomgeving; dit stelt hen in staat tot het maken van gezondheidsoverwegingen.

      Rechtbank wijst af dat derden slechts toegang zouden hebben tot tbv controle door Minister verzamelde info bij de registerhouders. Derden krijgen expliciet toegang, via de bevoegde autoriteit, tot de registers van de gebruiker.

    3. Artikel 67, eerste lid, tweede alinea, van de Verordening voorziet, naar het oordeel van de rechtbank, anders dan de Woo in een grondslag waaraan de minister in zijn hoedanigheid van bevoegde autoriteit de bevoegdheid ontleent om een professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen te verzoeken om relevante informatie uit diens register over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ter beschikking te stellen indien derde partijen, zoals de drinkwaterindustrie, detailhandelaars of omwonenden een verzoek om toegang tot deze informatie doen aan de minister.

      Het is art 67.1 zelf die de grondslag geeft aan Minister als bevoegde autoriteit om gegevens op te vragen bij de particuliere houder, op verzoek van de genoemde soorten derde partijen. Dat is rechtstreeks v toepassing, want verordening. (Maar wat is dan de relevantie v het noemen van nationale wetgeving)

    4. De rechtbank is van oordeel dat de Woo, in het bijzonder artikel 4.2, tweede lid, niet voorziet in een doeltreffende wijze van uitoefenen van het inzagerecht uit artikel 67, eerste lid, van de Verordening, omdat de Woo het uitoefenen van het inzagerecht als bedoeld in de Verordening niet mogelijk maakt. De bevoegdheid tot het vorderen van informatie door een bestuursorgaan is in de Woo immers voorbehouden aan publieke informatie in documenten die bij het bestuursorgaan berusten of hadden behoren te berusten op grond van enig wettelijk voorschrift. Echter, daarvan is, zoals onder rechtsoverweging 10.1 al is overwogen, ten aanzien van de informatie in de registers van gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen geen sprake: deze informatie berust immers niet bij de minister en had daar ook niet behoren te berusten.

      De WOO is niet v toepassing omdat de gegevens bij een particulier berusten en niet bij een overheid.

    5. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht met toepassing van de Woo in samenhang met de Verordening heeft besloten op het verzoek van eisers. Daartoe is van belang dat artikel 67, eerste lid, derde alinea, van de Verordening tegen de achtergrond van de nationale procedurele autonomie van lidstaten bepaalt dat de bevoegde autoriteiten overeenkomstig het toepasselijke nationale of Gemeenschapsrecht toegang tot de informatie in de registers verstrekken. Uit de wetsgeschiedenis van een wijziging van de Wgb blijkt dat de wetgever heeft beoogd dat verzoeken om toegang tot informatie als bedoeld in artikel 67 van de Verordening door de minister worden beoordeeld volgens de kaders van artikel 67 van de Verordening en de Wet openbaarheid van bestuur (de Wob).4 De Wob is hierop met ingang van 1 mei 2022 vervangen door de Woo.

      De WOO is waar de grondslag voor EG 1107/2009 uit voort zou moeten komen (is dat zo, het betreft immers milieugegevens bij een particulier?)

    6. Eisers betogen dat de informatie uit het register waar hun verzoek op ziet, niet bij de minister berust en daar ook niet had behoren te berusten als bedoeld in de Woo. Dit betekent volgens hen dat de minister op grond van de Woo niet bevoegd is om naar aanleiding van een verzoek om toegang tot informatie uit een register over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die informatie te vorderen bij de professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen op wiens register het verzoek van eisers ziet. De rechtbank begrijpt het verdere betoog van eisers zo dat zij stellen dat de Verordening, anders dan de Woo, wel voorziet in deze bevoegdheid en dat de Woo om die reden het recht op toegang tot informatie uit artikel 67 van de Verordening frustreert.

      De Minister LNV is wel de bevoegde autoriteit maar niet de registerhouder. (dat is de gebruiker van pesticiden.)

    7. De rechtbank overweegt dat in artikel 4, vierde lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (de Wgb) is bepaald dat de minister van LVN belast is met het verstrekken van informatie als bedoeld in artikel 67, eerste lid, derde tekstblok, van de Verordening. Zij is van oordeel dat hieruit volgt dat de minister is aangewezen als de bevoegde autoriteit die is belast met het nemen van besluiten op verzoeken om toegang tot informatie als bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de Verordening. Of andere bestuursorganen, zoals eisers stellen, ook informatie uit de registers dienen te verstrekken doet niet ter zake. Zij hebben hun verzoek nu eenmaal onder meer ingediend bij de minister en ook de besluiten op hun verzoek zijn afkomstig van de minister. Daarmee ligt in deze beroepsprocedure ter beoordeling voor of de minister die belast is met verstrekken van informatie uit de registers van professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen op goede gronden tot afwijzing van het verzoek van eisers is gekomen.

      De Minister van LNV is volgens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) de bevoegde autoriteit (dus niet bijv de provincies die er om vragen bij de Drentse leliekwekers)

    8. dat professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen registers bijhouden van de gewasbeschermingsmiddelen die zij gebruiken, met vermelding van de naam van het gebruikte gewasbeschermingsmiddel, het tijdstip en de dosis van de toepassing, alsook het gebied en het gewas waarop het gewasbeschermingsmiddel werd gebruikt en dat de professionele gebruikers die registers bewaren gedurende ten minste drie jaar. Relevante informatie uit deze registers stellen zij op verzoek ter beschikking van de bevoegde autoriteit. Derde partijen, zoals de drinkwaterindustrie, detailhandelaars of omwonenden kunnen zich tot de bevoegde instantie wenden met het verzoek om toegang tot deze informatie te verkrijgen. De bevoegde autoriteiten verstrekken toegang tot deze informatie overeenkomstig het toepasselijke nationale of het Gemeenschapsrecht.

      Tekst EG 1107/2009 Art 67.1. mbt toegang tot gegevens: de gebruiker van pesticiden houdt een register bij. Bevoegde autoriteit heeft daar toegang toe op verzoek. Derden, m.n. drinkwater orgs, detaihandel (afnemers neem ik aan) en omwonenden kunnen de bevoegde autoriteit om toegang verzoeken en dienen die te krijgen conform nationaal of gemeenschapsrecht. Vraag: wat is dan de NL grondslag volgens de recht?