De rechtbank komt, gelet op al het hiervoor overwogene, tot de conclusie dat in artikel 4.2, tweede lid, van de Woo noch in enig andere bepaling in de Woo het inzagerecht als bedoeld in artikel 67 van de Verordening is geregeld, omdat op grond van de Woo geen inzage kan worden verkregen in informatie die niet bij de minister berust en daar ook niet had behoren te berusten. Daarmee komt de Woo niet tegemoet aan de volle werking en het nuttig effect van artikel 67, eerste lid, tweede alinea, van de Verordening. De rechtbank is eveneens van oordeel dat de minister, gelet op de beginselen van loyale samenwerking en effectieve rechtsbescherming, op grond van artikel 67, eerste lid, van de Verordening en nu vast staat dat sprake is van milieu-informatie, is gehouden om naar aanleiding van het verzoek van eisers toepassing te geven aan artikel 67, eerste lid, tweede alinea, van de Verordening door de informatie waarom eisers hebben verzocht te verstrekken. Dit houdt in dat de minister de professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen dient te verzoeken om de door eisers gevraagde informatie uit het register aan de minister ter beschikking te stellen.
Art 67.1 1107/2009 is niet geregeld in de Woo, art 4.2. of elders, en eigenstandig van toepassing.